Nieuwe website voor het schoonrijden

LVS-websiteDe Landelijke Vereniging van Schoonrijders (LVS) heeft een nieuwe website. Sinds eind 2012 is de website online. Op deze website informeert de LVS haar publiek graag over het schoonrijden, zowel recreatief als in wedstrijdverband. Daarnaast is de subsite ‘Schoonrijden’ van de KNSB beschikbaar via schaatsen.nl.

De LVS wil het schoonrijden levend houden. Met deze nieuwe website willen we bij een breder publiek de interesse voor het schoonrijden wekken. Door het schoonrijden levend te houden, kan het schoonrijden immaterieel erfgoed van UNESCO worden. Dat is een gekoesterde wens van de LVS. Erfgoed waaraan nieuwe generaties een eigen inhoud kunnen geven.

De komende tijd ontwikkelen we de website verder. Zo voorzien we het schoonrijden van een ‘schone’ website. We hopen dat deze website een inspiratiebron wordt voor de vele schaatsers die in het schoonrijden een uitdaging zien. Ard Schenk ging u voor.

Wiebe Blauw
Voorzitter Landelijke Vereniging van Schoonrijders

post

NK Schoonrijden: sierlijkheid en strijd

NIEUWE NIEDORP – Geen enkele schaatsdiscipline laat zich de afgelopen dagen onbetuigd op het natuurijs. Er zijn kortebaan-, shorttrack-, langebaan- en marathonkampioenschappen geweest en zaterdag kwam daar het NK Schoonrijden op natuurijs bij.

Nieuwe Niedorp wordt wel het ‘Mekka van het schoonrijden’ genoemd, omdat er al vele wedstrijden zijn gehouden, waaronder vier keer eerder een NK op natuurijs (1955, 1956, 1985 en 1987). Bij de vijfde editie werden er in twee categorieën (A en Hoofdklasse) heren-, dames- en paarwedstrijden verreden. De deelnemers schaatsten hun wedstrijd onder mooie omstandigheden. Het ijs was goed en ook het weer hielp mee.

In de Hoofdklasse ging de winst bij de dames naar Alie Hakkert en daarmee onttroonde ze meervoudig kampioen Wil van Schaik. De kampioene van 1996, 1997 en 1999 vierde daarmee een succesvolle comeback. Bij de heren werd titelfavoriet Henk Wartenhorst kampioen, daarmee zijn natuurijstitel van 2010 in Hindeloopen prolongerend.

Paren

Jaap en Gerda Plakman trokken bij de paren aan het langste eind, vlak voor Hakkert en thuisrijder Piet Heneweer. Net als Wartenhorst was het duo-Plakman in 2011 op het NK op kunstijs in Utrecht ook al kampioen geworden.

Sophie van Schaik en Frank van Haastrecht wonnen verrassend in de A-klasse het paarrijden en Wiebe Blauw en Marjolein Porsius pakten de individuele titel.

Plezier

Organisator Jaap Kooij was erg tevreden over het evenement. “Het was een schitterende wedstrijd en fantastisch weer” vertelde hij. “Volgens mij heeft iedereen onwijs veel plezier aan de sport beleefd en een onwijs mooie dag gehad.”

Op 6 maart is de revanche in Utrecht, bij de NK op kunstijs op de Vechtsebanen.

Zie voor foto’s de website van IJs- en Volksvermaak.

Foto: Milo Grosz via IJs- en Volskvermaak
Bron: schaatsen.nl

Evert Lautenbach, de beste Nederlandse schoonrijder ooit

Lautenbach en HooykaasEvert Lautenbach was de verpersoonlijking van het schoonrijden in Nederland”. Dat stelt Wiebe Blauw van de Landelijke Vereniging van Schoonrijders (LVS) in het boek ‘Evert Lautenbach en het schoonrijden in Nederland’. Het boekje is uitgebracht naar aanleiding van het 65-jarig jubileum van de LVS. Lautenbach (geboren in 1879 in Harlingen) won zeven keer de Nederlandse titel en was volgens Blauw één van de redders van het schoonrijden.

In de jaren ’20 van de vorige eeuw wilde de Koninklijke Nederlandse Schaatsbond (KNSB) meer elementen van het kunstrijden toevoegen om de sport een frivoler karakter te geven. Lautenbach diende daarop, gesteund door vele schoonrijders, een amendement in op de jaarvergadering bij de KNSB om dit achterwege te laten. Dit amendement werd na veel discussie aangenomen, waardoor de sport bleef bestaan in de huidige vorm.

De samenstelling van het boek is ietwat verwarrend. Blauw heeft getracht het in drie delen per hoofdstuk te doen, maar dat komt de overzichtelijkheid niet helemaal ten goede. Per hoofdstuk omschrijft de auteur een fase uit het leven van de schoonrijder. Hierbij kijkt hij naar de woonplaats van Lautenbach op dat moment, vervolgens beschrijft hij de prestaties van de geboren Harlinger in die provincie om tot slot de sport in zijn geheel onder de loep te nemen per provincie. Deze driedeling komt elk hoofdstuk terug.

Dit is niet bevorderlijk voor de leesbaarheid. Er staan, zeker voor de liefhebbers van het schoonrijden, mooie anekdotes in over Lautenbach, maar ook over de sport, de schaatsen, de kleding en de regels. Blauw had er wellicht beter aan gedaan om niet alle gereden wedstrijden per provincie te beschrijven. Op die manier wordt het een mêlee van namen en uitslagen, waardoor de mooie stukken geschiedenis minder benadrukt worden.

Blauw omschrijft wel goed de evolutie en devolutie van de sport door de jaren heen. Het schoonrijden was in het begin van de twintigste eeuw populair in Nederland, maar kende in de tijden van ‘Ard en Keessie’ (de succesvolle langebaanschaatser Ard Schenk en Kees Verkerk), moeilijke tijden. Er waren in 1970 nog slechts zeventig schoonrijders lid van de LVS. Ter vergelijking: in 1960 waren dit nog 350.

‘Evert Lautenbach en het schoonrijden in Nederland’ is voor de liefhebber van de sport mooi om te lezen. Naast de vele informatie zijn ook prachtige, oude foto’s toegevoegd. Voor de leek is het minder toegankelijk, maar door de indeling van Blauw moet het lukken.

Bron: Friesch Dagblad

Schoonrijden voorgedragen als erfgoed

AMSTERDAM – De Landelijke Vereniging van Schoonrijders (LVS) gaat schoonrijden voordragen voor de lijst van immaterieel erfgoed van de UNESCO. Dat werd woensdag bekend tijdens de jubileumdag van de 65-jarige LVS in Hindeloopen, waar ook nog een lang verloren prijs werd teruggevonden.

Foto: Huub Snoep

Wiebe Blauw (r) overhandigt het eerste exemplaar van ‘Evert Lautenbach en het schoonrijden in Nederland’ uit aan Evert Schneider.

2012 wordt het Jaar van het Immaterieel Erfgoed. Dat betekent dat de UNESCO, het werelderfgoedprogramma van de Verenigde Naties, alle landen aanspoort om op zoek te gaan naar immateriële zaken zoals dans, zang en tradities die typisch zijn voor de eigen cultuur en voor altijd behouden moeten blijven.

De Portugese muziekvorm Fado en het Zuid-Koreaanse koorddansen Jultagi zijn voorbeelden van zaken die al op de lijst van de UNESCO staan. En als het aan de LVS ligt, wordt schoonrijden hier binnenkort aan toegevoegd.

Sinterklaas

Tijdens de jublieumdag van de LVS in het Friese Hindeloopen vanwege het 65-jarige bestaan werd hiertoe de eerste stap gezet. Ineke Strouken, directeur van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed, sprak over het immaterieel erfgoed van de UNESCO en haar voorstel om schoonrijden voor te dragen, werd enthousiast overgenomen door de jarige vereniging.

Wiebe Blauw, bestuurslid van de LVS en schaatshistoricus, legt uit waarom: “Schoonrijden is de oervorm van de schaatsdisciplines. Het is ontstaan in de zeventiende eeuw en het moet gekoesterd worden. Om de traditie in stand te houden willen wij als LVS graag dat schoonrijden op de lijst van immaterieel erfgoed komt. Het is typisch voor Nederland.”

De Nederlandse regering heeft aangekondigd de UNESCO conventie immaterieel erfgoed op korte termijn te zullen ratificeren. Zodra dat gebeurd is, kunnen Hollandse immateriële erfgoederen – zoals bijvoorbeeld ook het Sinterklaasfeest – definitief op de UNESCO-lijst komen.

Grootste schoonrijder

Er was echter nog veel meer te doen tijdens de 65-jarige jubileumreceptie van de LVS, een vereniging van 250 actieve leden die toevallig genoeg een gemiddelde leeftijd hebben van 65 jaar. Zo openden Ad en Ineke Augustinus, ereleden van de LVS, de tentoonstelling ‘En zij schaatsten nog lang en gelukkig – heden, verleden en toekomst van het schoonrijden‘ in het schaatsmuseum in Hindeloopen.

Foto: Huub Snoep

Ineke en Ad Augustinus (r) openen tentoonstelling.

Bovendien bood Wiebe Blauw het eerste exemplaar van zijn eigen boek ‘Evert Lautenbach en het schoonrijden in Nederland‘ aan, aan de kleinzoon van de hoofdpersoon, voormalig toptennisser Evert Schneider.

Blauw is duidelijk waarom Evert Lautenbach (1879-1954) een boek verdient: “Ik zie hem als de grootste schoonrijder aller tijden. Hij is voor 1940 zeven keer Nederlands kampioen geworden.”

Zuiver

“Bovendien heeft hij een belangrijke rol gespeeld bij de KNSB om het schoonrijden in de originele vorm te houden toen de bond in de jaren ’20 de sport meer wilde opschuiven richting het kunstrijden. Hij is dus eigenlijk ook de redder van het ‘zuivere schoonrijden’. Hij was in zijn tijd ook een gewaardeerd lid van de schaatsfamilie. “Hij mocht in 1936 mee naar de Olympische Spelen in Garmisch-Partenkirchen, als baanrechter bij de langebaan”, vertelt Blauw.

Het ontstaan van het boek kwam in een stroomversnelling toen kleinzoon Evert Schneider in 2010 contact zocht met de LVS. “Hij had ons zien schaatsen”, zegt Blauw. “En hij was verbaasd dat schoonrijden nog bestond. Toen heeft hij verteld dat hij thuis nog allemaal medailles en foto’s van zijn grootvader had liggen. Daarna ben ik alles gaan uitzoeken.”

Wisselbeker

Schneider had na het in ontvangst nemen van het boek over zijn opa nog een verrassing in petto voor de aanwezigen. “In de jaren ’20 had Lautenbach de Leidse Beker vier keer gewonnen”, vertelt Blauw. “Als traditie mocht je die dan houden, maar dan moest je wel voor vervanging zorgen. Dat heeft hij nooit gedaan.”

“Maar nu heeft Evert Schneider 83 jaar later een nieuwe Evert Lautenbach Wisselbeker aangeboden aan de KNSB, twee van de oude medailles van zijn opa.”

Omdat de KNSB in de persoon van algemeen bestuurslid Jan Bolt, die het een geweldig initiatief vond, de prijs direct heeft doorgegeven aan de LVS, zal de Evert Lautenbach Wisselbeker nu uitgereikt worden aan de winnaars van het Nederlands Kampioenschap schoonrijden.

Foto: Huub Snoep

Links Jan Bolt en rechts Evert Schneider.

Al met al was het een zeer geslaagde middag in het zuidwesten van Friesland. “Ik heb me zeer geamuseerd vanmiddag”, resumeert Blauw. “Er hing een ontspannen sfeer, er waren interessante sprekers en er was ruimte voor een lach. Zoals het hoort bij schoonrijden.”

Foto’s: Huub Snoep
Bron: schaatsen.nl