Nieuwe website voor het schoonrijden

LVS-websiteDe Landelijke Vereniging van Schoonrijders (LVS) heeft een nieuwe website. Sinds eind 2012 is de website online. Op deze website informeert de LVS haar publiek graag over het schoonrijden, zowel recreatief als in wedstrijdverband. Daarnaast is de subsite ‘Schoonrijden’ van de KNSB beschikbaar via schaatsen.nl.

De LVS wil het schoonrijden levend houden. Met deze nieuwe website willen we bij een breder publiek de interesse voor het schoonrijden wekken. Door het schoonrijden levend te houden, kan het schoonrijden immaterieel erfgoed van UNESCO worden. Dat is een gekoesterde wens van de LVS. Erfgoed waaraan nieuwe generaties een eigen inhoud kunnen geven.

De komende tijd ontwikkelen we de website verder. Zo voorzien we het schoonrijden van een ‘schone’ website. We hopen dat deze website een inspiratiebron wordt voor de vele schaatsers die in het schoonrijden een uitdaging zien. Ard Schenk ging u voor.

Wiebe Blauw
Voorzitter Landelijke Vereniging van Schoonrijders

Evert Lautenbach, de beste Nederlandse schoonrijder ooit

Lautenbach en HooykaasEvert Lautenbach was de verpersoonlijking van het schoonrijden in Nederland”. Dat stelt Wiebe Blauw van de Landelijke Vereniging van Schoonrijders (LVS) in het boek ‘Evert Lautenbach en het schoonrijden in Nederland’. Het boekje is uitgebracht naar aanleiding van het 65-jarig jubileum van de LVS. Lautenbach (geboren in 1879 in Harlingen) won zeven keer de Nederlandse titel en was volgens Blauw één van de redders van het schoonrijden.

In de jaren ’20 van de vorige eeuw wilde de Koninklijke Nederlandse Schaatsbond (KNSB) meer elementen van het kunstrijden toevoegen om de sport een frivoler karakter te geven. Lautenbach diende daarop, gesteund door vele schoonrijders, een amendement in op de jaarvergadering bij de KNSB om dit achterwege te laten. Dit amendement werd na veel discussie aangenomen, waardoor de sport bleef bestaan in de huidige vorm.

De samenstelling van het boek is ietwat verwarrend. Blauw heeft getracht het in drie delen per hoofdstuk te doen, maar dat komt de overzichtelijkheid niet helemaal ten goede. Per hoofdstuk omschrijft de auteur een fase uit het leven van de schoonrijder. Hierbij kijkt hij naar de woonplaats van Lautenbach op dat moment, vervolgens beschrijft hij de prestaties van de geboren Harlinger in die provincie om tot slot de sport in zijn geheel onder de loep te nemen per provincie. Deze driedeling komt elk hoofdstuk terug.

Dit is niet bevorderlijk voor de leesbaarheid. Er staan, zeker voor de liefhebbers van het schoonrijden, mooie anekdotes in over Lautenbach, maar ook over de sport, de schaatsen, de kleding en de regels. Blauw had er wellicht beter aan gedaan om niet alle gereden wedstrijden per provincie te beschrijven. Op die manier wordt het een mêlee van namen en uitslagen, waardoor de mooie stukken geschiedenis minder benadrukt worden.

Blauw omschrijft wel goed de evolutie en devolutie van de sport door de jaren heen. Het schoonrijden was in het begin van de twintigste eeuw populair in Nederland, maar kende in de tijden van ‘Ard en Keessie’ (de succesvolle langebaanschaatser Ard Schenk en Kees Verkerk), moeilijke tijden. Er waren in 1970 nog slechts zeventig schoonrijders lid van de LVS. Ter vergelijking: in 1960 waren dit nog 350.

‘Evert Lautenbach en het schoonrijden in Nederland’ is voor de liefhebber van de sport mooi om te lezen. Naast de vele informatie zijn ook prachtige, oude foto’s toegevoegd. Voor de leek is het minder toegankelijk, maar door de indeling van Blauw moet het lukken.

Bron: Friesch Dagblad
post

‘Sven Kramer is perfecte schoonrijder’

HOOGLAND – Schoonrijden. Verwar het niet met kunstrijden, want schoonrijders zul je nooit pirouettes, rietbergers of dubbele axels uit zien voeren. Schoonrijden is een eeuwenoude manier van schaatsen. De sport bestaat sinds ongeveer 1875 en lag aan de basis van kunstrijden en zelfs het langebaanschaatsen.

“Schoonrijden is de perfecte uitvoering van de schaatsslag”, vertelt Cees de Vries, bestuurslid van de Landelijke Vereniging van Schoonrijders (LVS). De vereniging heeft ongeveer 265 leden, waarvan er 60 een wedstrijdlicentie hebben.

“Ons credo is: sportief bewegen met een vleugje nostalgie.” Zwieren over het ijs, heerlijk. Maar dat kan toch iedereen? “Absoluut niet! Het lijkt heel makkelijk, maar voor veel mensen is het lastig om hun gewicht over hun standbeen te brengen. Dat is een angstig gevoel.”

Jong geleerd…

Schoonrijden is een sport waar veel mensen pas op late leeftijd aan beginnen. “En juist dan is het ontzettend moeilijk om je angst te overwinnen”, weet Cees. “Je moet de goede schaatsslag zo jong mogelijk onder de knie krijgen. Als je kunt schoonrijden, als je de perfecte slag beheerst, dan ga je op noren zeker twee keer zo hard.” Helaas stappen steeds meer junioren meteen met noren het ijs op. Het zou goed zijn als ze zouden beginnen met schoonrijden. Het gaat eerst om de techniek, dan pas om het materiaal.”

Nu er overal in het land ijsbanen liggen, worden de schoonrijders veel gevraagd om demonstraties te geven. Tijdens de KNSB Schaatsweek is de streekdrachtengroep, die in klederdracht schaatst, op veel ijsbanen in het land te zien. Ook organiseert Cees clinics op de ijsbaantjes. “We gaan dan met een koffer vol schoenen en schaatsen naar een ijsbaan toe. Het enthousiasme is altijd heel groot. En in korte tijd kun je kinderen veel bijbrengen.”

Perfecte schoonrijder

Schoonrijden is bedoeld voor iedereen. “Stel, je hebt een probleem met je schaatsslag, ga dan eens schoonrijden”, zegt Cees. “Dan leer je goed op je schaatsen staan, je gewicht verplaatsen en goede bochten rijden. Het is belangrijk dat ook dat onderdeel van onze sport gepromoot wordt. De KNSB Schaatsweek is daar de perfecte gelegenheid voor.”

Wie goed kan schoonrijden, kan dus goed schaatsen. Maar andersom geldt het ook. “Als je lekker kunt schaatsen, kun je ook schoonrijden”, zegt hij. “Of Sven Kramer het zou kunnen? Hij is een perfecte schoonrijder! Als je ziet hoe hij op zijn schaatsen staat, dat is een genot om naar te kijken.”

Tentoonstelling

De LVS bestaat dit jaar 65 jaar. Ter gelegenheid van dat jubileum is in het schaatsmuseum in Hindeloopen de tentoonstelling ‘En zijn schaatsten nog lang en gelukkig’ te zien over het heden, verleden en de toekomst van het schoonrijden. Kijk voor meer informatie op www.schaatsmuseum.nl.

Bron: schaatsen.nl

Jurycorps schoonrijden uitgebreid

AMSTERDAM – Het jurycorps van het schoonrijden is op 13 oktober met 8 personenen uitgebreid.

Na een cursus van vier dagdelen en een stagetraject bij de wedstrijden van afgelopen seizoen kregen zij het officiele KNSB-certificaat uitgereikt tijdens de Algemene Ledenvergadering van de Landelijke Vereniging van Schoonrijders.

De uitbreiding verzekert deze zwierige wedstrijddiscipline van continuiteit in de jurering. Tijdens de vergadering werd ook een proefjaar met een vereenvoudigd wedstrijdreglement overeengekomen.

Tekst: Fred Groot
Bron: schaatsen.nl
post

Lenie en Henk Wagenaar knokken voor voortbestaan schoonrijden

In een tijd die wordt gekenmerkt door snelheid en ongeduld, komt het schoonrijden als oer-Hollandse volkssport onvermijdelijk in het gedrang. In Nederland proberen zo’n 450 liefhebbers met man en macht het sierlijk zwaaien en zwieren in stand te houden. Volhouders tegen beter weten in? De toekomst zal het leren. Voorlopig is ons land nog niet af van de gracieuze schaatsdiscipline. Dat is vooral te danken aan rasliefhebbers als Lenie en Henk Wagenaar. Bepaald niet piepjong — Henk Wagenaar is 75 jaar; zijn vrouw Lenie volgt hem met 73 jaar op de voet — werpen de twee zich al jarenlang op als onvervalste ambassadeurs van het schoonrijden.

Ondanks een zware beenblessure (zij) en twee hartoperaties én een pacemaker (hij) is het echtpaar Wagenaar in het winterseizoen nog wekelijks met hun geliefde sport bezig. Ze geven les op de Alkmaarse kunstijsbaan en treden op als juryleden tijdens wedstrijden. Natuurlijk zien ook zij dat het peleton volhouders angstaanjagend vergrijst. Toch houden de Wagenaars de moed er in: “De belangstelling is golvend. Tot het midden van de jaren zestig waren er duizenden schoonrijders die aan wedstrijden meededen. Vooral de strenge winter van 1963 werkte als een magneet. Met de komst van Ard en Keessie is de narigheid begonnen. Ineens wilde iedereen hardrijden. Toch moeten we met zijn allen ons best doen om het schoonrijden te laten voortbestaan. Het is tenslotte een stukje sportieve cultuur. Als het over is komt het nooit meer terug. Daar moet je toch niet aan denken?

Plakboeken

Natuurlijk is vooral het schoonrijden gebaat bij een strenge winter. Op natuurijs komt het nostalgische karakter van de sport immers het best tot zijn recht. In een decor van vastgevroren schepen, krakend riet en werkloze molens spreken de sierlijk bewegende schaatsers heel wat meer tot de verbeelding dan op de bevroren vloer van een sober ingerichte kunstijsbaan. Maar aangezien de vorst ons land regelmatig letterlijk links laat liggen, zijn ook de schoonrijders te vaak aangewezen op geheel of half overdekte banen aan de rand van een stad. In het verleden was het simpel: als het vroor gingen de mensen schaatsen. Vroor het niet, dan deden ze wat anders.

In de prachtige plakboeken van het echtpaar Wagenaar komt de grilligheid van de weergoden goed tot uitdrukking. Krantenknipsels uit de jaren vijftig worden zomaar gevolgd door artikelen handelend over de barre winter van 1963. Simpelweg omdat het water in de tussenliggende periode vloeibaar bleef. De indrukwekkende terugblik op bijna een eeuw schoonrijden (in 1880 vonden de eerste wedstrijden plaats) begint met een vergeeld krantenbericht uit 1916 waarin de vader van Henk Wagenaar ter sprake komt.

De pas 11-jarige Klaas liet als toeschouwer tijdens schoonrijwedstrijden in het Noordhollandse Stompetoren zien dat het zwaaien en zwieren hem niet slecht afging. Een deelneemster — mevrouw Metselaar-Kaan — nodigde de tiener uit gezamenlijk een baantje te rijden. In prachtige vooroorlogs Nederlands (de tweede wereldoorlog welteverstaan; de eerste was in volle gang) maakte de journalist melding van het onverwachte optreden van de jongeman uit Oterleek. ‘De dame verwonderde zich zóó over het mooie rijden van het ventje dat ze hem gaarne een paar Hoekstra-schaatsen gunde, waarvoor ze alvast eenig geld in zijn beursje liet glijden!’

Niet meer te koop

Bijna negentig jaar later kan je nog zoveel euro’s in iemands beursje laten glijden; een paar Hoekstra’s zijn niet meer te koop. Buiten de vergrijzing van het peleton schoonrijders is het bemachtigen van de specifieke schoonrijschaatsen vandaag de dag een groot probleem. Door het tanende aantal schoonrijders zagen de fabrikanten van de speciale schaatsen geen brood meer in de productie. Naast de eerder genoemde firmanaam Hoekstra hielden in de loop der jaren ook Pel, Ruiter en Stam het voor gezien. Vandaar dat Henk Wagenaar al decennia lang zijn uiterste best doet om in onbruik geraakte originele schaatsen in handen te krijgen. “Ik betaal altijd een goede prijs voor een vergeten paar ergens op een zolder“, meldt hij. Heel wat schaatsloze schoonrijders werden op die manier voorzien van nieuw materiaal.

Tot voor kort zorgde Willem Wielaard uit Apeldoorn voor nieuw materiaal. De verwoede schoonrijder annex ijzerwerker is inmiddels echter op een leeftijd gekomen dat het maken van een verse voorraad ijzers er niet meer in zit. “Wielaard maakte zijn schaatsen van keihard verenstaal van luxe auto’s“, weet kenner Henk Wagenaar. “Maar ook die braken wel eens.” Wagenaar herinnert zich een akelig moment tijdens de feestelijke openstelling van de ijshal in Alkmaar waar hij deelnam aan een demonstratie schoonrijden. Juist op het moment dat hij — in Westfriese klederdracht — de baan op wilde stappen brak de punt van zijn schaats af. Een afknapper in de ruimste betekenis van het woord.

De ‘schoonrijders’ hebben net als de hardrijschaatsen een rechthoekig slijpprofiel. Het ijzer is echter aanzienlijk breder waardoor de schaats minder in het ijs drukt. Toch zijn de overeenkomsten met noren groot. Op beide ijzers wordt zowel op de binnen- als op de buitenkant gereden. Vandaar dat schoonrijden zo’n goede basis vormt voor het hardrijden. “Als je het schoonrijden beheerst, kun je zo overstappen op klapschaatsen“, zegt Lenie Wagenaar, die in haar carrière liefst vier maal nationaal kampioen werd.

In februari 1985 raakte Lenie geblesseerd aan haar linkerbeen. Een afgeknelde zenuw zorgde voor zoveel problemen dat het rijden van wedstrijden definitief tot het verleden behoorde. Tot verbijstering van haar neuroloog bond ze datzelfde jaar de schaatsen toch weer onder. Niet om er titels mee te veroveren, maar om als leraar anderen de beginselen bij te brengen of de techniek te vervolmaken. En natuurlijk omdat ze het eenvoudigweg niet kon laten. In 1995 zette Henk Wagenaar een punt achter het wedstrijdschaatsen. Toch is ook hij tot op de dag van vandaag regelmatig op het ijs te vinden. “Ik rijd nu op de computer“, refereert de 75-jarige aan de pacemaker die zijn bloedsomloop een handje helpt.

Op donderdagmiddag 8 januari traden Lenie en Henk Wagenaar op als juryleden tijdens de gewestelijke kampioenschappen Noord-Holland/Utrecht in ijstempel De Meent in Alkmaar. Terwijl de regen op de overkapping sloeg zwierden de dames en heren uiterst geconcentreerd over de volle breedte van het rechte eind. Zachte walsmuziek klonk uit de geluidsinstallatie. Elke oefening werd besloten met een beleefde knik richting jury. Boven in het restaurant wachtte de jeugd ongeduldig tot de baan vrij kwam. Klapschaatsen staken uit rugzakken. Geobsedeerd kijkend naar het minischerm van hun mobiele telefoontjes ging de gratie op het ijs compleet aan de tieners voorbij. Het schoonrijden leeft nog. Maar voor jeugdige aanwas zullen we minimaal een generatie moeten wachten.

Fotobijschrift: De inmiddels oud-voorzitter Wim Zeekant (midden) zette Lenie en Henk Wagenaar als preses van het gewest Noord-Holland/Utrecht in het zonnetje voor hun verdienste voor de schaatssport.

Bron: KNSB SchaatsSport Magazine nr. 6 – 2004