post

Schoonschaatsen als nationaal cultureel erfgoed: erkenning van perfectie op het ijs

TILBURG – De oeroude schaatssport schoonrijden krijgt een plekje op de Nationale lijst van Immateriëel Cultureel Erfgoed. Het streven naar perfectie wordt eindelijk erkend, zo zien de beoefenaars van het schoonrijden het.

Schoonrijden kenmerkt zich door een zwierige slag op de schaats, waarbij soms in groepen wordt gereden. De bewegingen zijn traag, waarbij er wordt gezocht naar synchronie en perfectie.

Perfectie wordt nooit bereikt

Die perfectie wordt nooit bereikt, beaamt voorzitter Emile Kallen van de Landelijke Vereniging van Schoonrijders. “Zelfs de huidige kampioen kan nog verbeteren. Het kost jaren oefenen voordat je het een beetje onder de knie hebt.” Zo’n 250 mensen beoefenen de oudste schaatssport fanatiek.

Soms wordt er ook in klederdracht gereden, maar dat is zeker niet verplicht. Eigenlijk ziet de vereniging het liefste dat de mensen in hun eigen moderne kleding de baan op gaan. “Het is anders zo oubollig”, zegt een van de fanatiekste beoefenaars, terwijl ze de schaatsen onderbindt. De Ireen Wüst schaatsbaan in Tilburg biedt mooi ijs om te oefenen.

Stok

“Het mag niet verward worden met kunstschaatsen, dat is werkelijk heel anders, wij doen namelijk niet van die acrobatische fratsen!”, zegt ze. Dan pakt ze een stok en reikt die aan een vriendin. Die pakt het stevig aan en samen zwieren ze de baan op, verbonden met de stok, traag en heel statig, als dames uit een geschilderd wintertafereel van 1850.

De Landelijke Vereniging van Schoonrijders is trots op de erkenning van het Rijk, en hoopt dat over een jaar of twee deze schaatsvorm ook zal worden erkend door UNESCO voor plaatsing op de Wereld lijst van Cultureel Erfgoed.

Tekst: Andre van Schoonderwoerd
Foto: Andre van Schoonderwoerd
Bron: Omroep Brabant
post

Schoonrijden wordt cultureel erfgoed

UTRECHT – Schoonrijden op de schaats wordt op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed in Nederland geplaatst.

Dat zal dinsdagmiddag worden bekendgemaakt door Ineke Strouken, directeur van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed.

Voormalig schaatser Ard Schenk is ambassadeur van het schoonrijden, dat ontstaan is rond 1875 en één van de oudste schaatsvormen van Nederland is. Kunstrijden en langebaanschaatsen zijn afgeleid van het schoonrijden. De sport is vooral bekend vanwege de sierlijke beweging.

De eerste wedstrijden in schoonrijden vonden plaats op de Keizersgracht in Amsterdam op 16 december 1879. In eerste instantie waren er alleen wedstrijden voor dames. Pas na vier jaar mochten ook de heren deelnemen aan wedstrijden. Sinds 1942 doen paren mee.

Door het plaatsen van schoonrijden op de Nationale Inventaris is de Landelijke Vereniging van Schoonrijders (LVS) verplicht tot het levend houden van de sport in Nederland voor de toekomst. De LVS doet dit door een aanbod van presentaties, proeflessen en demonstraties aan ijsclubs, studenten schaatsverenigingen en andere geïnteresseerde organisaties.

Eerder op dinsdag ging de film ‘Schoonrijden met Ard Schenk’ in première. Ook daarmee wil de LVS meer bekendheid geven aan het schoonrijden als uniek Nederlands sportcultureel erfgoed.

Foto: Huub Snoep
Bron: schaatsen.nl
post

Thomas en Schenk bij Open Dag Thialf

Annamarie Thomas en Ard Schenk zijn zaterdag speciale gast bij de Open Dag van Thialf. Samen met de bezoekers van het gratis toegankelijke evenement openen de voormalig schaatstoppers officieus het nieuwe schaatsseizoen.

De Open Dag duurt van 12:30 uur tot 16:00 uur.

Er kan natuurlijk geschaatst worden en er zijn ook diverse clinics en demonstraties van shorttrack-, marathon- en langebaanschaatsen maar ook van kunstrijden, curling en schoonrijden. Van die laatste sport is Schenk ambassadeur. Ook een kijkje achter de schermen behoort tot de mogelijkheden.

Volgend weekend, van 25 tot en met 27 oktober, wordt het wedstrijdseizoen in Thialf geopend met de KPN NK Afstanden.

Foto: schaatsen.nl
Bron: schaatsen.nl
post

Historie van de ‘Bloemenbokaal’

Je hebt ereprijzen en je hebt ereprijzen. In het schaatsen zijn het veelal medailles, al kreeg Jaap Eden toen hij in 1893 op het Museumplein in Amsterdam wereldkampioen werd een bijzondere trofee, geschonken door de Amsterdamsche IJsclub.

Ook in het schoonrijden was het lang traditie om fraaie wisselbekers aan de winnaars van de nationale titels beschikbaar te stellen. Petrus Wernink, zelf geen onverdienstelijk schoonrijder, gaf hiertoe op de jaarvergadering van de Bond in 1915 de aanzet. Uit erkentelijkheid “voor het genoegen dat het schoonrijden hem had geboden”, stelde hij een zilveren wisselprijs ter beschikking, de zogenoemde ‘Leidsche Beker’, voor de Nederlandse kampioenschappen heren.

Mejuffrouw C.P.E.M. Couvée uit Utrecht meende dat haar seksegenoten niet achtergesteld mochten worden en bood op de volgende algemene jaarvergadering de ‘Elf Provinciën Prijs’ aan, die als wisselbeker voor de Nederlandse dameskampioenschappen dienst zou doen.

Bezit

Het Nederlands kampioenschap moest driemaal achter elkaar of vier keer in totaal worden behaald om definitief bezitster van de ‘Elf Provinciën Prijs’ te worden. Voor de ‘Leidsche Beker’ gold een ander reglement. Die zou in 1928 definitief in het bezit komen van diegene die in dat jaar Nederlands kampioen werd. Dat werd Evert Lautenbach. Met vier nationale titels op rij en zeven in de periode 1906-1933 had de Rotterdammer er ook het meeste recht op.

In het jaar dat de schaatsbond veertig jaar bestond (1922), werd de ‘Elf Provinciën Prijs’ het eigendom van Trien de Boer-Blaauboer. Al op 28 november 1921 werd zij in Arnhem gekroond tot de nieuwe Nederlandse kampioene van het seizoen 1921-1922. Zij had de titel daarmee driemaal op rij gewonnen (1918, 1919 en 1922).

Nieuwe prijs

Het dagelijks bestuur van de Bond besloot daarop een nieuwe prijs voor het schoonrijden voor dames beschikbaar te stellen in de vorm van een zilveren bloemenbokaal, onder de naam ‘Jubileum-prijs’. Deze prijs, verreweg de mooiste die de afgelopen eeuw beschikbaar is gesteld, kreeg een levensduur mee van tien jaar en zou definitief in het bezit komen van diegene die de ‘Bloemenbokaal’ in het jaar dat de schaatsbond vijftig jaar zou bestaan (1932), veroverde.

De Bloemenbokaal werd uiteindelijk in het seizoen 1932-1933 bij het NK in Groningen eigendom van Trien de Boer-Blaauboer. Ze stelde hem echter opnieuw ter beschikking. En daardoor verhuisde de ‘Bloemenbokaal’ in 1940 naar Elisabeth Schoorl-Keetman, die in Groningen de titel voor de neus van Maria Stuurman van Vliet en Trien Blaauboer wegkaapte.

Toos Brinkmeyer-Koelemey

Toos Brinkmeyer-Koelemey met de bloemenbokaal.

Vijftien jaar later (1955) kwam de Bloemenbokaal definitief in handen van Toos Brinkmeyer-Koelemey, die drie maal achtereen Nederlands kampioene werd (1948, 1954 en 1955). De schaatsbond verzocht Toos Brinkmeyer-Koelemey, die ook in 1956 de nationale titel schoonrijden veroverde, de Bloemenbokaal wederom beschikbaar te stellen. Deze voelde daar echter niets voor, en toonde hem tijdens het 50-jarige bestaan van de LVS trots aan de fotograaf.

Staartje

Het einde van de Bloemenbokaal als ereprijs kreeg in 1963 tijdens de prijsuitreiking van het NK schoonrijden in Zenderen nog een staartje. De KNSB had namelijk geen nieuwe ‘ereprijs’ voor handen voor de dames. Daardoor ontstond bij de prijsuitreiking een pijnlijke situatie. De voorzitter van de KNSB, Henk Wesselo, kon namelijk aan de winnaar bij de heren, Dirk Visser, een enorme beker van bijna een halve meter hoog uitreiken, terwijl Riet Rommelaar-Timmerman, winnares bij de dames, met een ‘lilliput-bekertje’ werd opgescheept.

Dat lilliput-bekertje dankte de kampioene nog aan het initiatief van wedstrijdleidster, mevrouw A.A. Westenberg-De Zwaan uit Almelo. Zij had de KNSB meerdere malen verzocht stappen te ondernemen om voor een nieuwe prijs te zorgen. Omdat ze echter geen toezegging kreeg, nam ze het zekere voor het onzekere en kocht zelf een bekertje, “om ieder geval iets te hebben”, zoals ze na de prijsuitreiking aan een verslaggever liet weten. En dat was maar goed ook, want het bekertje bleek echt nodig te zijn.

Waar de ‘Bloemenbokaal’ nu is? Niemand die het weet. Misschien meegegaan in het graf met de inmiddels overleden Toos Brinkmeyer-Koelemey, want die was er apetrots op.

Foto’s: Huub Snoep
Bron: schaatsen.nl
post

“Ik word er nog emotioneel van”

WARMENHUIZEN – Een groot deel van het leven van Henk (85) en Lenie (83) Wagenaar-Volger heeft in het teken gestaan van het schoonrijden. Het enthousiaste echtpaar heeft zich jarenlang voor de sport ingezet en tot de dag van vandaag raakt het stel er niet over uitgepraat. “Alle schaatsers zouden eerst moeten leren schoonrijden, deze techniek is de basis van alle schaatsbewegingen”, vertelt Henk.

De Zilveren Broodmand is het bewijs van de jarenlange inzet in de schoonrijsport. De Zilveren Broodmand is geschonken door C.P. Timmerman, vroeger bankdirecteur in Schagen. “Bij het winnen van het Nederlands kampioenschap werd je naam erin gegraveerd. Als je naam er vijf keer op stond, en je dus vijf keer Nederlands kampioen was geworden, mocht je het houden.” Dit was bij Lenie Wagenaar het geval.

Goede techniek

Lenie is begonnen met zwieren en omspringen. “Ik was niet echt van het schoonrijden. Toos Brinkmeijer-Koelemey heeft mij toen een keer aangesproken, omdat ze zag dat ik een goede techniek had. Door Toos begon ik het schoonrijden leuk te vinden en de techniek aan te voelen. Ook Gert Blauwboer heeft mij het een en ander bijgeleerd.” Lenie heeft de techniek aan Henk geleerd. “Alles moest heel overdreven”, vervolgt Lenie enthousiast. “Henk deed daar wat lacherig over en geloofde mij eerst niet. Toen hij het toch op deze manier probeerde gingen de slagen ineens een stuk gemakkelijker”.

Kampioen

Nadat Henk en Lenie trouwden, zijn ze samen gaan schoonrijden. Samen hebben zij dit 32 jaar. Door een blessure was Lenie genoodzaakt te stoppen, maar zoals ze zelf zegt: “Ik had alles binnen wat er te halen viel”. Henk is hierna nog 8 jaar doorgegaan met schaatspartner Henny Mul. “Eens in de twee weken gaven we nog een ochtend les in Heerenveen en een avond in Alkmaar. Lenie gaf, vanwege haar blessure, les aan de beginners. Ik stortte me op de gevorderden.” Lenie heeft ook veel individueel gereden. In 1956 schaatste ze haar eerste wedstrijd in Schagerbrug op de Grote Sloot. Ze werd meteen nummer één op het Zijper Kampioenschap. Op dat moment besefte ze dat ze toch beter was dan ze zelf dacht. Uiteindelijk is Lenie vijf keer achter elkaar Nederlands kampioen Schoonrijden geworden. Dit zou betekenen dat zij de ‘Zilveren Broodmand’ na haar vijfde kampioenschap zou mogen houden. Niets was minder waar. “Door een foute puntentelling in 1980, het laatste jaar dat ik Nederlands kampioen werd, is Ineke Augustinus kampioen geworden. Het mocht niet publiekelijk bekend worden dat er een fout was gemaakt bij de puntentelling. Om deze reden bleef Ineke dat jaar Nederlands kampioen, terwijl eigenlijk ik de kampioene was.”

Emotioneel

“Uiteindelijk is Ineke ook vijf keer Nederlands kampioen geworden en in 1990 mocht zij de Zilveren Broodmand houden, maar vijf jaar geleden stond Ineke ineens bij ons voor de deur. Ze had de Zilveren Broodmand bij zich en overhandigde hem aan mij. Ik word er nog steeds emotioneel van.”

Tekst: Anouk van Zoonen
Foto: Marc Moussault
Bron: Schager Weekblad