Foto: Martin de JongJaarlijks vinden zes vaste wedstrijden plaats op zes kunstijsbanen in Nederland: vijf open gewestelijke wedstrijden in de KNSB-gewesten Friesland, Overijssel of Gelderland, Noord-Holland/Utrecht, Zuid-Holland en Zeeland/Noord-Brabant/Limburg, en het Nederlands kampioenschap (NK) in Utrecht. Zodra er natuurijs is van voldoende sterkte en kwaliteit worden er ook een open gewestelijke en een nationale titelstrijd op natuurijs georganiseerd. Voor deelname aan wedstrijden is een KNSB-licentie vereist.

Jureren

Het jureren gebeurt met minimaal drie juryleden (bij het NK: vijf juryleden) die langs de baan geposteerd staan: bij de start, halverwege en aan het eind van de baan.

Beoordelingselementen met puntentoedeling

Er wordt beoordeeld op de onderdelen streek, houding en algemene indruk. Een jurylid kan per onderdeel 0 tot 10 punten geven. De punten van de drie juryleden opgeteld maakt de totaalscore van een beoordeelde rijder.

Klasse-indeling

Het schoonrijden kent twee klassen, te weten de Hoofdklasse en Klasse A. In principe worden schaatsers in alle klassen even streng beoordeeld. Dat betekent dat de rijders in de Hoofdklasse meer punten moeten halen dan in de lagere klassen. De promotie-/degradatieregeling die bij het schoonrijden wordt toegepast, staat beschreven in het Wedstrijdreglement Schoonrijden. De beginnende wedstrijdrijder wordt ingedeeld in de klasse A.

Inschrijven voor wedstrijden

U kunt zich inschrijven voor een wedstrijd door contact op te nemen met het wedstrijdsecretariaat. Let op; voor deelname aan wedstrijden is een KNSB-licentie vereist! Meer informatie over de KNSB-licentie kunt u vinden op op de pagina “Wedstrijdlicentie” van de KNSB-website. De kosten voor een licentie bedragen € 35,- per jaar (Dus niet per schaatsseizoen!). Een daglicentie is ook mogelijk en kost € 7,50. Indien u, als licentiehoud(st)er, om wat voor reden dan ook niet individueel wilt of kunt deelnemen aan de wedstrijden, dan is het mogelijk om u wel in te schrijven voor het paarrijden. Als u geen partner heeft voor de wedstrijd, is er altijd wel iemand die met u wil rijden. Geef dan wel aan dat u zich alleen inschrijft voor het paarrijden. Vanaf schaatsseizoen 2016-2017 wordt er per wedstrijd € 10,- euro inschrijfgeld gevraagd.

Wedstrijdsecretariaat

Louis Butter
Telefoon: (0488) 41 20 48 / 06 – 51 16 93 94
E-mail: wedstrijden@schoonrijden.nu


Evert Lautenbach Wisselprijs

Foto: Huub Snoep

Links Jan Bolt en rechts Evert Schneider.

In de jaren ’20 had Evert Lautenbach (1879-1954) de Leidse Beker vier keer gewonnen. Als traditie mocht je die dan houden, maar dan moest je wel voor vervanging zorgen. Dat heeft hij nooit gedaan…

Voormalig toptennisser Evert Sjoerd Schneider uit Wassenaar, kleinzoon van Evert Lautenbach, heeft 83 jaar later in Hindeloopen, tijdens de jubileumdag van de 65-jarige LVS op woensdag 7 december 2011, alsnog een beker aangeboden aan de KNSB. De wisselprijs bestaat uit twee van zijn opa’s in kunststof geplaatste oude medailles uit 1906.

Omdat de KNSB in de persoon van algemeen bestuurslid Jan Bolt, die het een geweldig initiatief vond, de prijs direct heeft doorgegeven aan de LVS, zal de Evert Lautenbach Wisselprijs jaarlijks worden uitgereikt aan de winnaars van het Nederlands kampioenschap schoonrijden.

Wie was Evert Lautenbach?

Evert Lautenbach was de verpersoonlijking van het schoonrijden in Nederland. Hij begon met de sport toen deze volop emancipeerde in het laatste decennium van de negentiende eeuw. Hij maakte de grote bloei mee en stopte op het moment dat de wortels voor de teruggang waren geschoten.

Foto: Martin de Jong

Op dinsdag 6 maart 2012 is de Evert Lautenbach Wisselprijs voor het eerst uitgereikt en wel aan Nederlands Kampioenen Wil van Schaik en Henk Wartenhorst.

Het is niet eenvoudig Evert Lautenbach als mens te typeren. Er zijn slechts enkele beelden van hem levend gebleven die met name Evert Schneider als kleinkind van hem kan schetsen. De andere kleinkinderen zijn in Canada geboren en getogen. Zij hebben hun opa eigenlijk niet gekend. Na zijn dood in 1954 woonde zijn vrouw Alida Hooijkaas nog anderhalf jaar in bij het gezin van Alida Schneider-Lautenbach, haar jongste dochter, in de Van Alkemadelaan in Den Haag. Nooit vertelde oma over het schoonrijden van haar man. Sterker nog Evert Lautenbach had eigenlijk willen ijshockeyen. En hoewel we dat niet weten is het denkbaar dat zijn vader Dirk, die zelf ook schoonreed, hem op het spoor van het schoonrijden heeft gehouden. Nadat hij prijzen in het schoonrijden won, is hij waarschijnlijk het spoor van het succes blijven volgen.

Evert Lautenbach wordt getypeerd als een dwarse man, die al op jonge leeftijd het ouderlijk gezag ontvluchtte of wilde ontvluchten. Harde bewijzen zijn daar evenwel niet voor. Pas in 1903, hij was toen 24 jaar, vertrok hij naar Amerika. Hij had wel alle reden om zijn vader niet blindelings te gehoorzamen. Immers zijn vader was twee maal in Utrecht failliet gegaan (1892 en 1901). Evert heeft zelf zijn weg moeten vinden. Zijn vader Dirk komt naar voren als een wat te gemakkelijk opererend zakenman en mens. Vader Dirk groeide in Harlingen in een welvarend gezin op. Er was aan niets gebrek. Mogelijk ook dat zijn vader enigszins over het paard was getild en zich nergens echt voor hoefde in te spannen. Hij woonde al op jonge leeftijd in een pand met aanzien in Harlingen, maar moest dat na enige tijd inruilen voor een eenvoudiger woning. Ook later lukte het zijn vader niet een eigen solide bedrijf op te bouwen. Uiteindelijk komt vader Dirk te werken bij het Technisch Bureau van zoon Evert als procuratiehouder. Eigenlijk zorgde Evert ervoor dat zijn vader in welstand kon blijven leven.

Evert was streng en rechtdoorzee. Hij twijfelde nooit openlijk, maar volgde zijn eigen plannen in stilte. Hij rekende niet op de hulp van anderen, maar hij had wel de vaardigheid het vertrouwen van anderen te winnen. Deze eigenschap heeft hem sportief en zakelijk succes gebracht. Behalve in familiekring komt hij verder niet naar voren als een sociale figuur. Hij bewoog zich niet in het verenigingsleven. Alleen als het naar zijn idee echt de verkeerde kant op ging liet hij van zich horen. Het beeld dat wij van hem krijgen op foto’s, vooral ook van het schoonrijden, is dat van een bescheiden man die zichzelf niet op de voorgrond plaatst. Hij houdt zich liever wat afzijdig. Toch speldde hij bij feestelijke gelegenheden graag zijn eerste kampioensmedaille op die hij in 1906 in Zwolle had behaald. Gedurende een periode van 46 jaar heeft hij prijzen op het hoogste niveau in het schoonrijden gewonnen. Niemand heeft hem dat nagedaan. Hij was in zijn tijd binnen de KNSB zonder meer een gerespecteerd schoonrijder, wiens mening telde.