post

‘Schoonrijden zit in de lift’

Aandachtig toeschouwer bij het NK Schoonrijden is Emile Kallen, voorzitter van de LVS (Landelijke Vereniging van Schoonrijders). Hij geniet niet alleen van de spannende strijd op het ijs, maar kan ook melden dat het met deze tak van de schaatssport sinds lange tijd weer de goede kant op gaat. “We voelen dat we in een flow zitten dit seizoen!”

Er is dan ook hard aan de weg getimmerd om reclame te maken voor het schoonrijden. Kallen: “Bij alle trainingsgroepen is een aanwas van leden te zien, terwijl daar jarenlang geen sprake van is geweest. Dat is de verdienste van velen.

Er zijn dit seizoen bijvoorbeeld behoorlijk wat clinics gegeven in het land: in Dordrecht, Alkmaar, Heerenveen, Hoorn, Zoetermeer en laatst nog op de Coolste Baan van Nederland in Amsterdam. Dat levert dan weliswaar niet meteen tientallen nieuwe leden op, maar als er per groep een stuk of drie à vier bij komen zijn we al heel tevreden. We moeten érgens beginnen en zien dit als een opmaat naar meer.”

Ook Ard Schenk, die sinds dit seizoen ambassadeur van het schoonrijden is, levert volgens Kallen een positieve bijdrage aan het imago van de sport. “Als het enigszins mogelijk is probeert hij bijvoorbeeld bij de clinics aanwezig te zijn en dat lukt vaak. Dat vindt hij leuk, want dan kan hij én zelf rijden en mensen aanspreken.”

Ook de film ‘Schoonrijden met Ard Schenk‘ doet het goed. Hij wordt regelmatig vertoond en is ook te bekijken op schaatsen.nl en schoonrijden.nu. “Er is door een professioneel bureau nog een andere film gemaakt, over de technische kant van het schoonrijden. Daar heeft een aantal rijders aan meegewerkt. Die film is weer heel goed bruikbaar bij trainingen en demonstraties. Het helpt schaatsers, qua techniek, de puntjes op de i te zetten.”

Volgende stap

Maar ook het feit dat de sport schoonrijden sinds november 2013 op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed is geplaatst heeft veel publiciteit opgeleverd. “Allemaal goed én hard nodig”, zo vindt Kallen. “Je kunt het negatief bekijken en zeggen: er zijn maar weinig mensen die de sport beoefenen. Maar je kunt ook de positieve kant benadrukken: kijk eens wat we met deze mensen allemaal hebben bereikt! Want de sport zit duidelijk in de lift.”

Het bestuur van de LVS denkt inmiddels al weer na over de volgende stap. “We hebben ideeën om de jeugd nog meer bij onze mooie sport te betrekken en ook voor hen clinics te gaan geven. Niet om ze nu direct allemaal aan het schoonrijden te krijgen, maar in ieder geval om die groep ermee te laten kennismaken: dat ze weten dat dit óók schaatsen is.”

“Contacten met hardrijders zijn er al veelvuldig. Uit die hoek is belangstelling voor het technische aspect van schoonrijden. Want we worden al gevraagd om demonstraties bochten draaien en ‘buitenom rijden’ te geven. Dat is een compliment dat het schoonrijden zeker verdient.”

Tekst: Marjon Labordus
Foto: Sander Chamid
Bron: schaatsen.nl
post

Schoonrijden als immaterieel cultureel erfgoed

Het schoonrijden is tot nu toe naast het krulbollen uit Zeeuws-Vlaanderen en de valkerij de enige sport die erkend is als immaterieel cultureel erfgoed in Nederland. Op 5 november jl. werd Ineke Strouken, directeur van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE), gezeten op een duwslee door 90 schoonrijders uit het hele land onthaald om het nieuws bekend te maken. Vervolgens overhandigde Ineke Strouken een certificaat aan Emile Kallen, voorzitter van de Landelijke Vereniging van Schoonrijders (LVS), onder toeziend oog van Ard Schenk, ambassadeur van het schoonrijden, en Jan Bolt, penningmeester van de KNSB.

Schoonrijden is het achtiende erfgoed dat op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed is geplaatst. Naar verwachting zullen aan het eind van dit jaar 43 erfgoederen op deze Inventaris staan. De komende jaren zal de Nationale Inventaris verder worden uitgebreid.

Ineke Strouken van het VIE: “Het is heel bijzonder dat het schoonrijden nu al op de Nationale Inventaris staat vóór bijvoorbeeld de Elfstedentocht. De Landelijke Vereniging van Schoonrijders kon de lange traditie van het schoonrijden heel goed aantonen. En het gaat hier om een levende traditie die gedragen wordt door een hechte gemeenschap in de vorm van de Landelijke Vereniging van Schoonrijders, gesteund door de KNSB.”

De Landelijke Vereniging van Schoonrijders is een zelfstandige vereniging, die verantwoordelijk is voor de instandhouding van het schoonrijden als cultureel verschijnsel. Als het gaat om schoonrijden als pure schaatssport fungeert de vereniging ook als sectie Schoonrijden van de KNSB (het opleiden van trainers en juryleden, het organiseren van de wedstrijden etc.). In de praktijk zijn die twee invalshoeken vaak moeilijk te scheiden. Daarom is de aanvraag om erkend te worden als cultureel erfgoed ingediend door de LVS én de KNSB samen.

Emile Kallen, voorzitter van de Landelijke Vereniging van Schoonrijders, weet dat de erkenning van het schoonrijden als cultureel erfgoed de verplichting met zich meebrengt om het schoonrijden door te geven aan komende generaties. “We hebben met steun van het Fonds voor Cultuurparticipatie, het Prins Bernhard Cultuurfonds en KPN de film ‘Schoonrijden met Ard Schenk‘ laten maken waarin het schoonrijden in de volle breedte aan bod komt: geschiedenis, techniek en beleving. Met deze film kunnen we een groot publiek van potentiële schoonrijders bereiken.”

Meervoudig Nederlands-, Europees-, Wereld- en Olympisch kampioen Ard Schenk daarover: “De basis van het schoonrijden is het overkomen, het afwisselend op de binnen- en de buitenkant rijden. Daarom pleit ik er voor om bij de training van langebaanrijders meer aandacht te besteden aan het onder de knie krijgen van de schoonrijslag. Niet alleen hebben alle schaatsers baat bij deze techniek, het draagt ook bij aan het levend houden van het schoonrijden als cultureel erfgoed. En bovendien past het goed in het beleid van de KNSB om meer uit te wisselen tussen de verschillende disciplines.”

Emile Kallen vult aan: “We bieden schaatsverenigingen proeflessen en demonstraties aan in het schoonrijden. Het is altijd het beste als mensen het zelf eens proberen en ervaren.”
Schoonrijden heeft het imago oubollig te zijn en alleen geschikt voor ouderen. Kallen: “Wij stellen ons open voor nieuwe ideeën, zowel vanuit de vereniging zelf als ook van buiten af. We hebben een commissie Vernieuwing schoonrijden ingesteld die een aantal nieuwe schoonrijfiguren heeft voorgesteld. Die proberen we nu uit. Afgelopen jaar hebben we onder andere een proefles gegeven aan studenten in Groningen en van hen feedback gekregen. En dan blijkt dat zij niet alleen geïnteresseerd zijn in de techniek van het schoonrijden, maar vooral ook in het samen schaatsen, in de beleving van het samen zweven over het ijs, zeg maar het culturele element.”

Het uiteindelijke streven van de LVS en haar ambassadeur Ard Schenk is internationaal erkend te worden door UNESCO als immaterieel erfgoed. Nederland heeft in 2012 al het UNESCO ‘Verdrag ter bescherming van het immaterieel erfgoed’ ondertekend, maar de Raad voor Cultuur is nog bezig met het opstellen van de juiste aanmeldings- en toekenningsprocedure. Voor UNESCO kan de LVS het schoonrijden niet voordragen. Dat moet de Staat der Nederlanden doen, en die wil daarbij wel zeker zijn van zijn zaak.

Ineke Strouken van het VIE merkt overigens op dat het schaatsen in Nederland in het algemeen eigenlijk ook als erfgoed zou kunnen worden aangemerkt. “Er is geen land in de wereld waar zoveel mensen zich op het ijs begeven als er sprake is van natuurijs. Maar wie is dan de aanvrager voor al die plotselinge uitingen van schaatsplezier.” Ligt hier een schone taak voor de KNSB?

Tekst: Wiebe Blauw
Foto: Martin de Jong
Bron: Magazine schaatsen.nl
post

Schoonrijden basis van schaatsen

Schoonrijden, weet u eigenlijk wel wat het verschil is met kunstrijden? Bij de NOS weten ze het helaas nog steeds niet. Toen afgelopen dinsdag bekend werd dat schoonrijden door de Unesco officieel is erkend als ‘immaterieel erfgoed’ meldde de NOS op de website: “Met Joan Haanappel en Sjoukje Dijkstra haalde Nederland grote successen in het kunstrijden op de schaats, een aan de oud-Hollandse traditie verwante sport.”

Vooruit dan maar, nog één keer: schoonrijden en kunstrijden hebben net zoveel of zo weinig met elkaar te maken als kunstrijden en hardrijden. De drie schaatsdisciplines gebruiken ook geheel verschillende schaatsen. Mocht je écht een parallel zoeken, dan is schoonrijden veel meer verwant aan het hardrijden, dan aan het kunstrijden.

Schoonrijden is feitelijk de ‘basisslag’ van het hardrijden. Óverkomen: dáár gaat het vooral om in het hardrijden, en daar gaat het vrijwel uitsluitend om bij het schoonrijden. Wie dát beheerst, doorgrondt in feite de magie van het schaatsen: een beweging die als je hem perfect weet uit te voeren, door de lage glijweerstand met het ijs vrijwel geen energie kost.

Een goede schoonrijder kán eigenlijk niet moe worden. Vandaar ook dat geoefende schoonrijders hun sport tot op hoge leeftijd kunnen blijven uitoefenen. En vandaar ook dat Ard Schenk, ambassadeur van het schoonrijden, de sport aanbeveelt als ideale manier om ook op hogere leeftijd fit en gezond te blijven.

Maar hoe zit dat nou met kunstrijden? Daar heeft schoonrijden dus niets mee te maken. Een kunstschaats wijkt in vrijwel alles af van een schoonrij-schaats. De kunstschaatser zet nauwelijks zijwaarts af, komt niet over, maar ‘prikt’ zich vooruit. De schaats is ook veel korter en dus veel wendbaarder. Bovendien zitten er kartels voor aan het ijzer, nodig om grip te hebben bij de voor het kunstrijden zo wezenlijke sprongen.

Minst inspannend

Het merkwaardige is dat we over de oorsprong van het schoonrijden weinig weten. Het woord ‘schoonrijden’ kom je pas rond 1870 voor het eerst tegen.

Dankzij de winterlandschappen, die vanaf de zeventiende eeuw in ons land zijn geschilderd, weten we dat er al veel langer geschaatst werd op een manier die sterk lijkt op het huidige schoonrijden. Dat het geen aparte naam had, kwam vermoedelijk omdat eigenlijk iedereen zo schaatste: het was tenslotte de minst inspannende manier om lange afstanden af te kunnen leggen!

Het woord ‘schoonrijden’ kwam pas in zwang toen schaatsen een echte sport werd. De KNSB werd in 1882 opgericht om het schaatsen als wedstrijdsport te organiseren. Dat was hoog nodig, want er werd op en rond het ijs volop gegokt en rijders verkochten overwinningen aan elkaar. Met duidelijke regels kwam er dankzij de KNSB langzaam orde in de hardrijderswereld.

Wedstrijdpad

Ondertussen hadden ook de schoonrijders de eerste schreden op het wedstrijdpad gezet. Vooral in Amsterdam werd het schoonrijden als sport snel populair. Nog meer dan bij het hardrijden deed zich het probleem voor van de reglementering, want hoe leg je iets in regels vast wat al eeuwenlang op gevoel gedaan wordt?

Een mooi voorbeeld is de wedstrijd die de ‘Amsterdamsche Skating-Club’ in 1879 uitschreef. De jury had de volgende voorwaarden gesteld voor het behalen van een prijs:

“In de eerste plaats geldt de wijze waarop de voet buitenwaarts wordt nedergezet, en in de tweede het goed bijtrekken van den anderen voet. Op rechte knieën let de jury bijzonder, en niet minder op de goede houding van het bovenlijf, het stilhouden der armen en het mooi overleggen.”

Oervorm

Ziet u het voor zich? En toch begreep elke schaatser wat er bedoeld werd.

Schoonrijden: het is goed dat de ‘oervorm’ van het schaatsenrijden als uniek Nederlands erfgoed nu een internationaal beschermde status heeft verkregen!

Tekst: Marnix Koolhaas
Foto: Collectie Rijksmuseum
Bron: schaatsen.nl
post

Schoonrijden op de Nationale Inventaris

Vandaag is om 15:30 uur door Ineke Strouken, directeur van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed, bekend gemaakt dat het schoonrijden op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed is geplaatst. Zij heeft dat gedaan met een act op het kunstijs van De Vechtsebanen in Utrecht in aanwezigheid van Ard Schenk als ambassadeur van het schoonrijden en te midden van vele schoonrijders.

Plaatsing van het schoonrijden op de Nationale Inventaris verplicht de Landelijke Vereniging van Schoonrijders (LVS) tot het levend houden van het schoonrijden in Nederland voor de toekomst. Daarom doet de LVS een aanbod van presentaties, proeflessen en demonstraties aan ijsclubs, studenten schaatsverenigingen en andere organisaties waar interesse is voor het schoonrijden.

Eerder op de dag is de film ‘Schoonrijden met Ard Schenk‘ in première gegaan. Ook daarmee wil de Landelijke Vereniging van Schoonrijders (KNSB Sectie Schoonrijden) meer bekendheid geven aan het schoonrijden als een uniek Nederlands sportcultureel erfgoed.

post

Schoonrijden wordt cultureel erfgoed

UTRECHT – Schoonrijden op de schaats wordt op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed in Nederland geplaatst.

Dat zal dinsdagmiddag worden bekendgemaakt door Ineke Strouken, directeur van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed.

Voormalig schaatser Ard Schenk is ambassadeur van het schoonrijden, dat ontstaan is rond 1875 en één van de oudste schaatsvormen van Nederland is. Kunstrijden en langebaanschaatsen zijn afgeleid van het schoonrijden. De sport is vooral bekend vanwege de sierlijke beweging.

De eerste wedstrijden in schoonrijden vonden plaats op de Keizersgracht in Amsterdam op 16 december 1879. In eerste instantie waren er alleen wedstrijden voor dames. Pas na vier jaar mochten ook de heren deelnemen aan wedstrijden. Sinds 1942 doen paren mee.

Door het plaatsen van schoonrijden op de Nationale Inventaris is de Landelijke Vereniging van Schoonrijders (LVS) verplicht tot het levend houden van de sport in Nederland voor de toekomst. De LVS doet dit door een aanbod van presentaties, proeflessen en demonstraties aan ijsclubs, studenten schaatsverenigingen en andere geïnteresseerde organisaties.

Eerder op dinsdag ging de film ‘Schoonrijden met Ard Schenk’ in première. Ook daarmee wil de LVS meer bekendheid geven aan het schoonrijden als uniek Nederlands sportcultureel erfgoed.

Foto: Huub Snoep
Bron: schaatsen.nl