post

‘Het gevoel dat je zweeft over het ijs’

Wekelijks schaaft Wiebe Blauw (62 jaar) aan zijn techniek voor het schoonrijden, een discipline van het schaatsen die hij nog niet zo heel lang beoefent, maar waar hij wel zijn hart aan verloren heeft.

Tot een jaar of acht geleden reed Wiebe Blauw voornamelijk toertochten. Maar toen er na de laatste Elfstedentocht jaren achter elkaar geen natuurijs was, ging hij op zoek naar een andere manier om toch te kunnen blijven schaatsen. “Ik wilde wel eens iets anders. En door mijn lidmaatschap van verzamelkring ‘De Poolster’ en mijn voorliefde voor oude schaatsen en de historie van het schaatsen was de overstap naar het schoonrijden eigenlijk een logische.”

Het schoonrijden beviel meteen goed. “Het is een heel technische manier van schaatsen, maar dat pikte ik makkelijk op en ik deed ook al snel mee aan wedstrijden. Toen was ik helemaal verkocht, want het is behalve een prachtige sport ook een heel gezellige tak van het schaatsen. De schoonrijders kennen elkaar bijna allemaal, je rijdt altijd met elkaar en de sfeer is geweldig. Het is ook een sport die je tot op hoge leeftijd kunt beoefenen. Voor mij is het belangrijkste dat ik mezelf nog steeds kan en wil verbeteren én de gezellige sfeer.”

Typisch Nederlandse sport

Inmiddels is Blauw, die ook een aantal boeken schreef over de geschiedenis van schaatsen, secretaris van de LVS (Landelijke Vereniging van Schoonrijders). “Ik vind het belangrijk dat deze oude, typisch Nederlandse, sport behouden blijft en via de vereniging kunnen we zorgen dat het schoonrijden meer in de publiciteit komt. Dat doen we bijvoorbeeld door regelmatig clinics te verzorgen. En het gaat goed de laatste tijd, want niet alleen slaan die clinics goed aan, sinds kort is Ard Schenk ambassadeur.”

“Onlangs is de sport ook nog erkend als Cultureel Erfgoed. Hierdoor groeit het aantal schoonrijders gelukkig weer en er zitten zelfs wat jongere deelnemers bij. En dan vinden wij vijfenveertig-plus al jong. Het is natuurlijk wel een prachtige, maar ook een vrij traag ogende sport, dus we snappen heus wel dat jongeren er niet snel voor kiezen. Maar als je vijftig bent en je begint, kun je zo nog dertig jaar mee!”

Blauw blijft graag toertochten rijden, maar kan dat prima combineren met het schoonrijden. “Het is natuurlijk wel even overschakelen, maar juist de combinatie vind ik leuk. En hoe heerlijk het ook is om een tocht te rijden, ook tijdens het schoonrijden geniet ik enorm. Het gevoel dat je krijgt wanneer je met die brede slag over het ijs glijdt is nergens mee te vergelijken. Het voelt of je moeiteloos rijdt: een gevoel dat je zweeft over het ijs…”

In het kader van de KNSB Schaatsweek worden diverse personen in en om de schaatssport gevraagd waarom zij schaatsfan zijn. De KNSB Schaatsweek is van 26 december 2013 tot en met 5 januari 2014. Tijdens deze periode wil de KNSB iedereen laten zien hoe leuk schaatsen is. Samen met haar partners, zoals verenigingen en ijsbanen, biedt de KNSB een breed aanbod aan schaatsactiviteiten aan. Activiteiten om zelf te schaatsen en (top)evenementen om naar het schaatsen te kijken.

Tekst: Marjon Labordus
Bron: schaatsen.nl
post

Schoonrijden als immaterieel cultureel erfgoed

Het schoonrijden is tot nu toe naast het krulbollen uit Zeeuws-Vlaanderen en de valkerij de enige sport die erkend is als immaterieel cultureel erfgoed in Nederland. Op 5 november jl. werd Ineke Strouken, directeur van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE), gezeten op een duwslee door 90 schoonrijders uit het hele land onthaald om het nieuws bekend te maken. Vervolgens overhandigde Ineke Strouken een certificaat aan Emile Kallen, voorzitter van de Landelijke Vereniging van Schoonrijders (LVS), onder toeziend oog van Ard Schenk, ambassadeur van het schoonrijden, en Jan Bolt, penningmeester van de KNSB.

Schoonrijden is het achtiende erfgoed dat op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed is geplaatst. Naar verwachting zullen aan het eind van dit jaar 43 erfgoederen op deze Inventaris staan. De komende jaren zal de Nationale Inventaris verder worden uitgebreid.

Ineke Strouken van het VIE: “Het is heel bijzonder dat het schoonrijden nu al op de Nationale Inventaris staat vóór bijvoorbeeld de Elfstedentocht. De Landelijke Vereniging van Schoonrijders kon de lange traditie van het schoonrijden heel goed aantonen. En het gaat hier om een levende traditie die gedragen wordt door een hechte gemeenschap in de vorm van de Landelijke Vereniging van Schoonrijders, gesteund door de KNSB.”

De Landelijke Vereniging van Schoonrijders is een zelfstandige vereniging, die verantwoordelijk is voor de instandhouding van het schoonrijden als cultureel verschijnsel. Als het gaat om schoonrijden als pure schaatssport fungeert de vereniging ook als sectie Schoonrijden van de KNSB (het opleiden van trainers en juryleden, het organiseren van de wedstrijden etc.). In de praktijk zijn die twee invalshoeken vaak moeilijk te scheiden. Daarom is de aanvraag om erkend te worden als cultureel erfgoed ingediend door de LVS én de KNSB samen.

Emile Kallen, voorzitter van de Landelijke Vereniging van Schoonrijders, weet dat de erkenning van het schoonrijden als cultureel erfgoed de verplichting met zich meebrengt om het schoonrijden door te geven aan komende generaties. “We hebben met steun van het Fonds voor Cultuurparticipatie, het Prins Bernhard Cultuurfonds en KPN de film ‘Schoonrijden met Ard Schenk‘ laten maken waarin het schoonrijden in de volle breedte aan bod komt: geschiedenis, techniek en beleving. Met deze film kunnen we een groot publiek van potentiële schoonrijders bereiken.”

Meervoudig Nederlands-, Europees-, Wereld- en Olympisch kampioen Ard Schenk daarover: “De basis van het schoonrijden is het overkomen, het afwisselend op de binnen- en de buitenkant rijden. Daarom pleit ik er voor om bij de training van langebaanrijders meer aandacht te besteden aan het onder de knie krijgen van de schoonrijslag. Niet alleen hebben alle schaatsers baat bij deze techniek, het draagt ook bij aan het levend houden van het schoonrijden als cultureel erfgoed. En bovendien past het goed in het beleid van de KNSB om meer uit te wisselen tussen de verschillende disciplines.”

Emile Kallen vult aan: “We bieden schaatsverenigingen proeflessen en demonstraties aan in het schoonrijden. Het is altijd het beste als mensen het zelf eens proberen en ervaren.”
Schoonrijden heeft het imago oubollig te zijn en alleen geschikt voor ouderen. Kallen: “Wij stellen ons open voor nieuwe ideeën, zowel vanuit de vereniging zelf als ook van buiten af. We hebben een commissie Vernieuwing schoonrijden ingesteld die een aantal nieuwe schoonrijfiguren heeft voorgesteld. Die proberen we nu uit. Afgelopen jaar hebben we onder andere een proefles gegeven aan studenten in Groningen en van hen feedback gekregen. En dan blijkt dat zij niet alleen geïnteresseerd zijn in de techniek van het schoonrijden, maar vooral ook in het samen schaatsen, in de beleving van het samen zweven over het ijs, zeg maar het culturele element.”

Het uiteindelijke streven van de LVS en haar ambassadeur Ard Schenk is internationaal erkend te worden door UNESCO als immaterieel erfgoed. Nederland heeft in 2012 al het UNESCO ‘Verdrag ter bescherming van het immaterieel erfgoed’ ondertekend, maar de Raad voor Cultuur is nog bezig met het opstellen van de juiste aanmeldings- en toekenningsprocedure. Voor UNESCO kan de LVS het schoonrijden niet voordragen. Dat moet de Staat der Nederlanden doen, en die wil daarbij wel zeker zijn van zijn zaak.

Ineke Strouken van het VIE merkt overigens op dat het schaatsen in Nederland in het algemeen eigenlijk ook als erfgoed zou kunnen worden aangemerkt. “Er is geen land in de wereld waar zoveel mensen zich op het ijs begeven als er sprake is van natuurijs. Maar wie is dan de aanvrager voor al die plotselinge uitingen van schaatsplezier.” Ligt hier een schone taak voor de KNSB?

Tekst: Wiebe Blauw
Foto: Martin de Jong
Bron: Magazine schaatsen.nl
post

Schoonrijden basis van schaatsen

Schoonrijden, weet u eigenlijk wel wat het verschil is met kunstrijden? Bij de NOS weten ze het helaas nog steeds niet. Toen afgelopen dinsdag bekend werd dat schoonrijden door de Unesco officieel is erkend als ‘immaterieel erfgoed’ meldde de NOS op de website: “Met Joan Haanappel en Sjoukje Dijkstra haalde Nederland grote successen in het kunstrijden op de schaats, een aan de oud-Hollandse traditie verwante sport.”

Vooruit dan maar, nog één keer: schoonrijden en kunstrijden hebben net zoveel of zo weinig met elkaar te maken als kunstrijden en hardrijden. De drie schaatsdisciplines gebruiken ook geheel verschillende schaatsen. Mocht je écht een parallel zoeken, dan is schoonrijden veel meer verwant aan het hardrijden, dan aan het kunstrijden.

Schoonrijden is feitelijk de ‘basisslag’ van het hardrijden. Óverkomen: dáár gaat het vooral om in het hardrijden, en daar gaat het vrijwel uitsluitend om bij het schoonrijden. Wie dát beheerst, doorgrondt in feite de magie van het schaatsen: een beweging die als je hem perfect weet uit te voeren, door de lage glijweerstand met het ijs vrijwel geen energie kost.

Een goede schoonrijder kán eigenlijk niet moe worden. Vandaar ook dat geoefende schoonrijders hun sport tot op hoge leeftijd kunnen blijven uitoefenen. En vandaar ook dat Ard Schenk, ambassadeur van het schoonrijden, de sport aanbeveelt als ideale manier om ook op hogere leeftijd fit en gezond te blijven.

Maar hoe zit dat nou met kunstrijden? Daar heeft schoonrijden dus niets mee te maken. Een kunstschaats wijkt in vrijwel alles af van een schoonrij-schaats. De kunstschaatser zet nauwelijks zijwaarts af, komt niet over, maar ‘prikt’ zich vooruit. De schaats is ook veel korter en dus veel wendbaarder. Bovendien zitten er kartels voor aan het ijzer, nodig om grip te hebben bij de voor het kunstrijden zo wezenlijke sprongen.

Minst inspannend

Het merkwaardige is dat we over de oorsprong van het schoonrijden weinig weten. Het woord ‘schoonrijden’ kom je pas rond 1870 voor het eerst tegen.

Dankzij de winterlandschappen, die vanaf de zeventiende eeuw in ons land zijn geschilderd, weten we dat er al veel langer geschaatst werd op een manier die sterk lijkt op het huidige schoonrijden. Dat het geen aparte naam had, kwam vermoedelijk omdat eigenlijk iedereen zo schaatste: het was tenslotte de minst inspannende manier om lange afstanden af te kunnen leggen!

Het woord ‘schoonrijden’ kwam pas in zwang toen schaatsen een echte sport werd. De KNSB werd in 1882 opgericht om het schaatsen als wedstrijdsport te organiseren. Dat was hoog nodig, want er werd op en rond het ijs volop gegokt en rijders verkochten overwinningen aan elkaar. Met duidelijke regels kwam er dankzij de KNSB langzaam orde in de hardrijderswereld.

Wedstrijdpad

Ondertussen hadden ook de schoonrijders de eerste schreden op het wedstrijdpad gezet. Vooral in Amsterdam werd het schoonrijden als sport snel populair. Nog meer dan bij het hardrijden deed zich het probleem voor van de reglementering, want hoe leg je iets in regels vast wat al eeuwenlang op gevoel gedaan wordt?

Een mooi voorbeeld is de wedstrijd die de ‘Amsterdamsche Skating-Club’ in 1879 uitschreef. De jury had de volgende voorwaarden gesteld voor het behalen van een prijs:

“In de eerste plaats geldt de wijze waarop de voet buitenwaarts wordt nedergezet, en in de tweede het goed bijtrekken van den anderen voet. Op rechte knieën let de jury bijzonder, en niet minder op de goede houding van het bovenlijf, het stilhouden der armen en het mooi overleggen.”

Oervorm

Ziet u het voor zich? En toch begreep elke schaatser wat er bedoeld werd.

Schoonrijden: het is goed dat de ‘oervorm’ van het schaatsenrijden als uniek Nederlands erfgoed nu een internationaal beschermde status heeft verkregen!

Tekst: Marnix Koolhaas
Foto: Collectie Rijksmuseum
Bron: schaatsen.nl
post

Schoonrijden wordt cultureel erfgoed

UTRECHT – Schoonrijden op de schaats wordt op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed in Nederland geplaatst.

Dat zal dinsdagmiddag worden bekendgemaakt door Ineke Strouken, directeur van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed.

Voormalig schaatser Ard Schenk is ambassadeur van het schoonrijden, dat ontstaan is rond 1875 en één van de oudste schaatsvormen van Nederland is. Kunstrijden en langebaanschaatsen zijn afgeleid van het schoonrijden. De sport is vooral bekend vanwege de sierlijke beweging.

De eerste wedstrijden in schoonrijden vonden plaats op de Keizersgracht in Amsterdam op 16 december 1879. In eerste instantie waren er alleen wedstrijden voor dames. Pas na vier jaar mochten ook de heren deelnemen aan wedstrijden. Sinds 1942 doen paren mee.

Door het plaatsen van schoonrijden op de Nationale Inventaris is de Landelijke Vereniging van Schoonrijders (LVS) verplicht tot het levend houden van de sport in Nederland voor de toekomst. De LVS doet dit door een aanbod van presentaties, proeflessen en demonstraties aan ijsclubs, studenten schaatsverenigingen en andere geïnteresseerde organisaties.

Eerder op dinsdag ging de film ‘Schoonrijden met Ard Schenk’ in première. Ook daarmee wil de LVS meer bekendheid geven aan het schoonrijden als uniek Nederlands sportcultureel erfgoed.

Foto: Huub Snoep
Bron: schaatsen.nl
post

Thomas en Schenk bij Open Dag Thialf

Annamarie Thomas en Ard Schenk zijn zaterdag speciale gast bij de Open Dag van Thialf. Samen met de bezoekers van het gratis toegankelijke evenement openen de voormalig schaatstoppers officieus het nieuwe schaatsseizoen.

De Open Dag duurt van 12:30 uur tot 16:00 uur.

Er kan natuurlijk geschaatst worden en er zijn ook diverse clinics en demonstraties van shorttrack-, marathon- en langebaanschaatsen maar ook van kunstrijden, curling en schoonrijden. Van die laatste sport is Schenk ambassadeur. Ook een kijkje achter de schermen behoort tot de mogelijkheden.

Volgend weekend, van 25 tot en met 27 oktober, wordt het wedstrijdseizoen in Thialf geopend met de KPN NK Afstanden.

Foto: schaatsen.nl
Bron: schaatsen.nl